Opvoeden als je zelf autistisch bent
Er is iets waar weinig over wordt gesproken: hoe het is om moeder te zijn terwijl je zelf autistisch bent.
De spitsmomenten bijvoorbeeld.
Ochtend. Na school. Bedtijd.
Dat zijn geen gewone momenten.
Dat zijn momenten waarop mijn hoofd al overuren draait — en er eigenlijk geen enkele extra vraag meer bij kan.
“Waar zijn mijn schoenen?”
“Mag ik dit?”
“Mama kijk!”
Het zijn normale kindervragen. Maar in mijn hoofd voelt het soms alsof er tien radiozenders tegelijk aanstaan.
En dan raak ik sneller geïrriteerd dan ik zou willen.
Niet omdat ik mijn kinderen niet liefheb.
Maar omdat mijn systeem vol zit.
Vermoeidheid die dieper gaat
Op zulke momenten ben ik niet alleen druk in mijn hoofd.
Ik ben vermoeid.
En soms gewoon chagrijnig.
En daar komt dan weer dat stemmetje bij:
Waarom lukt dit andere moeders wel ogenschijnlijk soepel?
Maar opvoeden met autisme betekent dat je zenuwstelsel anders werkt. Mijn batterij loopt sneller leeg. Mijn hoofd verwerkt meer tegelijk. Dat is geen falen. Dat is neurologie.
Mijn kracht als moeder
Wat ik wél ben?
Op een andere manier begripvol.
Oprecht.
Eerlijk.
Ik speel geen rol.
Ik zeg wat ik voel — op een kinderlijke manier passend bij hun leeftijd.
Als mama overprikkeld is, dan benoem ik dat.
Geen toneel. Geen maskers.
En dat is misschien juist veiligheid.
Overleven en eerlijk zijn
Soms heb ik geen mooie pedagogische strategie.
Soms is het gewoon: overleven en hopen dat morgen beter gaat.
Ik zou willen zeggen dat ik altijd perfect reguleer, pauzes neem, mezelf oplaad.
Maar de waarheid?
Vaak ploeter ik door.
Wat ik wél doe, is eerlijk communiceren met mijn kinderen.
“Ik ben nu snel geïrriteerd.”
“Mijn hoofd is vol.”
“Dit ligt niet aan jou.”
Dat is misschien niet perfect. Maar het is echt.
Structuur aanleren in een gezin zoals het onze
We zijn bezig met structuren die werken.
Maar eerlijk? Iets aanleren in een gezin zoals het onze voelt soms moeilijker dan overleven zelf.
Nieuwe gewoontes kosten energie.
Herhaling kost energie.
Volhouden kost energie.
En als meerdere mensen in huis gevoelig zijn voor prikkels, dan is dat een extra laag.
Toch blijven we zoeken. Niet naar perfectie. Naar iets wat werkt voor óns.
Als je je kinderen herkent
Wat misschien wel het meest bijzonder is: ik herken veel in mijn kinderen.
Dingen die anderen niet zien, kan ik ondertitelen.
Ik zie de overprikkeling vóór de uitbarsting.
Ik voel de frustratie achter boos gedrag.
Ik herken de behoefte aan duidelijkheid.
En daardoor kan ik hen iets geven wat ik zelf vroeger soms miste: begrip.
Wat ik andere moeders wil meegeven
Wees jezelf.
Niet de versie die je denkt dat hoort.
Niet de Instagram-variant.
Niet de “ik moet dit kunnen”.
Je kinderen hebben geen perfecte moeder nodig.
Ze hebben een moeder nodig die zichzelf kent.
Ook als dat betekent dat je soms zegt:
“Mijn hoofd zit vol. We doen het straks.”
Reactie plaatsen
Reacties